Foto: Kristien Wintmolders
Foto: Mine Dalemans

gods trots gleed te water 

 

Jij bent het mannelijkste bouwwerk

dat ik ooit te water heb gelaten;

je piramidevormige schouders

even buiten beschouwing gelaten

gleed je versgebouwde romp erin,

je vensterluikjes vol priemend blauw licht 

zo open

als ook je karakter is,

zo stokte je adem

geen tel

 

Plons. Dons. De maan in het ruitjesraam, blonk.

En knipperde een traan vol baringspijn weg.

 

Met vier luisterden en fluisterden we

maar de rituele ziekenhuiskreet bleef weg.

Mijn borsten zwollen vol melktrots

want was dat nu net niet mijn rotsvast

endorfinedoel?

 

Alleen al die huiselijke blik vol verwondering

waarmee je je waterwereld inkeek,

een heldere zone dacht ik tot dan,

als oerbeest even niet meer in deze

wereld geweest, maar tot mijn naschok

bleek je geboortebodem niet langer doorzichtig,

eerder drassig aardebruin en klonterig

 

net zoals het leven soms kan zijn

 

én dat krijg je nooit meer weg, gilden

je twee vroedvrouwen van blakend plezier

en ze konden zich haast niet bedwingen onze

trap af te hollen en de champagnefles tegen het

mooie achtersteven van je vader te zwieren:

 

dé man die ik stevig én op dat moment terecht

vol pijn en liefde gebeten heb

in zijn pezige schouder die jij meegekregen hebt.

 

Je ademde feilloos voort

zoals ik meditatief je pijn verbeten heb,

een staaltje van spiritueel ontwikkelingskunnen

dat alleen maar moeders aan hun kinderen doorgeven kunnen.

 

En terwijl in je nieuwe woonkamer de champagne 

goudgeel bleef stromen; iets dat  je getalenteerde vroedvrouwen

naar eigen zeggen na hun werk hoogstzelden, kon bekoren,

bleef jij een uur lang  bourgondisch eten

van je hoogsteigen goudgele colostrum.

 

Zo gulzig als je toen die nacht gezellig bij me aan tafel zat, na ons bad

zo gulzig zwem jij nu als een energieke vis door je dagelijkse leven.

 

We vernoemden je toeval of niet naar Gods trots,

goed wetende dat jij alleen, jij zelf, je eigen god

en dus de schepper van je eigen leven kunt zijn.

 

En dat heb je tot nu toe goed begrepen:

 

Zo enorm bedankt, mijn zoon.

Je maanlichtgeboorte gleed zo ruisloos te water dat het

me voorgoed verankerde in mijn eigen zielsbestaan.

 

Plons.  Dons. De maan in het ruitjesraam blonk.

En knipperde een traan vol levensvreugde weg.